FR | NL  | EN   
home > agenda > publications
 
 
> recherche
 
 
Agenda / Publicaties 

nu  in de toekomst  |  vroger   

 
Anne Ledroit et Vincent Pierret, Style et Nécessité / Style and Necessity
 
Auteur : Christoph Grafe
Uitgaven CIVA / A16  2005
 
 
Dit eerste volume uit de reeks 'Jonge Architectuur' is gewijd aan de projecten en realisaties van Anne Ledroit en Vincent Pierret. Deze architecten zijn sinds 1998 vennoten en ontwikkelen projecten die tot een voor jonge Belgische bureau's gangbare typologie behoren (architectuur van het bijgebouw, van de binnenhuisinrichting en de "achter de gevel "). Toch roepen hun projecten ambitieuze middelen in waarover alleen architecten beschikken. Anne Ledroit en Vincent Pierret denken diep na over het genot van " het wonen ", over het experimenteren met de ruimte door de gebruiker.
Ze overstijgen de vragen rond functionaliteit en gebruik om unieke en vaak dubbelzinnige ruimtes te creëren. Ze regisseren het woonterritorium, zien dit als materie voor plastisch onderzoek, en ontginnen dit ten gronde. Ze combineren ook meesterlijk de klassieke " ontdekking ", het " onevenwicht ", de " spanning ", de dynamica van "inkrimpingen" en " uitzettingen".
Uitgever : CIVA/A16
Collectie : Jeunes Architectures / Young Architectures
Onder de leiding van : Jean-Didier Bergilez, Vincent Brunetta, Véronique Patteeuw (A16)
Auteur : Christoph Grafe
Fotograaf: Duplex Cottages, Uccle, 2003, © Nicolas WaltefaugleProductie : Caroline Vermeulen (CIVA)

Talen : Frans/Engels
22 x 175 cm
80pp, ill.
ISBN : 2-930391-13-8

 
       
Sur les traces du modernisme, Tel Aviv, Haïfa, Jérusalem
(In de voetsporen van het modernisme, Tel Aviv, Haïfa, Jerusalem)
Auteur/s - voorwoord : Christophe Pourtois, Voorwoord en algemene inleiding : Michaël Turner, Chairman, Israël World Heritage Commitee
Tel Aviv : Catherine Weill-Rochant, Geneviève Blondiau in samenwerking met Marcelle Rabinowicz, Nathalie Filser, Christophe Pourtois ;
Haïfa : Silvina Sosnovsky ;
Jerusalem : Philippe Brandeis, Shlomo Arad
Uitgaven CIVA / 2005
Externe partners: CGRI, Ministerie van het Franse Gewest, COCOF, Nationale Loterij, Het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken, Culturele Dienst van de Ambassade van Israël in België, De Maatschappij El-Al Airlines in België
 
Israël is een jong land dat gedurende de eerste helft van de XXe eeuw in een hels tempo werd opgebouwd. Deze periode is beter bekend onder de naam Modernisme.
Vele Europese architecten stroomden erheen om er een nieuwe maatschappij op te richten die haar uitdrukking zou vinden in een resoluut moderne stijl.

Deze gids is tweetalig, Frans en Hebreeuws. Specialisten stippelden wandelingen uit in drie boeiende steden. Aan de hand van hun uitleg ontdekt men Tel-Aviv, Haïfa en Jerusalem.
Het modernisme kreeg er onder invloed van de geschiedenis, de architectuur en de topografische en klimatologische kenmerken van elke stad, een heel eigen gelaat. Dankzij deze publicatie ontdekt men een groot aantal modernistische gebouwen. Ook de geschiedenis van de ontwikkeling van elk van deze steden wordt uit de doeken gedaan.
Tel-Aviv, de witte stad, werd in juli 2003 aan de lijst van twaalf sites toegevoegd die reeds tot de categorie van de Moderne Beweging behoren. De stad werd erkend als cultureel werelderfgoed van de Unesco. Vele beroemde protagonisten die in Europa school liepen pasten de nieuwe ideeën van het modernisme toe op een stadsweefsel dat door de Engelse steden en tuinen was beïnvloed. De gebouwen uit deze stad behoren tot de meest opvallende voorbeelden van de modernistische beweging.
Haïfa, dat zich uitstrekt tussen de Mont Carmel en de zee, slaagde erin de osmose tussen urbanisme en landschap te verwezenlijken. Het modernisme in Haïfa geeft uitdrukking aan een programma dat de functies van een grote havenstad en het bestaan van een Ottomaans patrimonium wil vermengen en samenbrengen.
Jerusalem dat helemaal in steen is opgetrokken, bezit een modernisme dat werd beïnvloed door de artistieke en culturele geschiedenis van de stad. Vele wijken en tuinen getuigen van de bijzondere band tussen oude stenen en moderne architectuurvormen.

 

Talen: Frans/Hebreeuws
Technische beschrijving: soepele boekomslag, 290 x 245 mm, 240 p., 150 illu. 
 
 
       
Van monumentaal tot functioneel : de architectuur van de Brusselse openbare ziekenhuizen (19e - 20e eeuw). Ambities en verwezenlijkingen.
Claire Dickstein-Bernard, David Guilardian, Astrid Lelarge en Judith le Maire
Uitgaven CIVA / 2005 (avec le soutien du CPAS de la Ville de Bruxelles)
 
In de XIXe en XXe eeuw bouwde de stad Brussel indrukwekkende openbare ziekenhuizen. Henri-Louis-François Partoes, de architect van het neoklassieke Grote Godshuis, vandaag het Pacheco Instituut, ontwierp het nieuwe Sint-Jansziekenhuis (1843), Victor Horta, de alom bekende Art Nouveau meester, vatte het Brugmannziekenhuis op (1923), Jean-Baptiste Dewin bouwde het nieuwe Sint-Pietersziekenhuis (1935) in Art Decostijl en enkele jaren nadien tekenden Gaston Brunfaut en Stanislas Jasinski een van de belangrijkste gebouwen uit het Belgische modernisme: het Bordet-Héger Instituut (1939).

De Bouwheer, de Algemene Raad der Godshuizen en Armenzorg, die in 1803 het licht zag en in 1925 tot de Commissie voor Openbare Onderstand werd omgevormd, koesterde steeds opnieuw de ambitie om het ideale ziekenhuis te bouwen en legde zich vol overgave toe op elk van haar projecten. Vandaag is het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Brussel (het OCMW) de erfgenaam van een opmerkelijk architecturaal patrimonium dat slechts gedeeltelijk werd bewaard. Want de vraag blijft of en hoe de ziekenhuizen moeten aangepast worden aan de vooruitgang van de medische wetenschap. Deze vier instellingen, die emblematisch zijn voor de geschiedenis van de ziekenhuisarchitectuur, worden in dit boek behandeld in vier monografieën die gebaseerd zijn op origineel archiefonderzoek door de historici Claire Dickstein-Bernard, David Guilardian en Astrid Lelarge. Architecte Judith le Maire evoceert tenslotte wat er van deze instellingen geworden is na de Tweede Wereldoorlog en geeft uitleg bij de huidige tendensen binnen de ziekenhuisarchitectuur.
Talen : Nederlandstalig boek met Engelse korte inhoud én Franstalig boek met Engelse korte inhoud
Formaat: 245 x 245 mm Aantal pagina's: 176 pp +- 120 illus.
ISBN (v.neder) : 2-930391-14-6
 
 
       
Guide d’architecture «Sur les traces de la modernité, 50 ans d’architecture. Alger, Oran, Annaba»
(Architectuurgids "In de voetsporen van de moderniteit, 50 jaar architectuur. Alger, Oran, Annaba")
T. Baba-Ahmed Kassab, N. Kassab, S. Benkada, A. Kohli, J. Vandevoorde en L. Boulbir
Uitgaven CIVA / 2005
 
De moderniteit, en de studie ervan, kent vele facetten. Zo ziet men een steeds terugkerend decor, een sobere structuur ontdaan van elke kunstgreep, het spel met licht en schaduw, het in de kijker zetten van de techniek van een gebouw…
Ook bleef men pastiches gebruiken ondanks het gebrek aan inspiratie en de teloorgang van vormbetekenis.
Het gebruik van arabo-musulmaanse elementen maakte deel uit van de zoektocht naar identiteit. Deze oriëntatie slaagde slechts uitzonderlijk daar het er niet om ging een gekende vorm te reproduceren maar wel om een symbiose te scheppen tussen traditie en moderniteit.

De stadsplanning van deze drie steden wordt besproken in het deel over het modernisme. De plannen van opeenvolgende ruimtelijke ordeningen die werden weerlegd, besproken, weerhouden, geweigerd, waren het onderwerp van debatten waar men soms heftig tekeer ging en waar ook de immobiliënsector zich niet onbetuigd liet en volop speculeerde. In de inleiding gewijd aan elk van de drie steden, wordt een mooi beeld van deze strijd rond de ruimtelijke ordening geschetst. De drie steden dragen de stempel van uitzonderlijke architectuurvoorbeelden, maar wat ze écht gemeenschappelijk hebben is dat ze rekening houden met de evolutie van de noden en de wensen van de maatschappij.

Algerije en haar grote steden, Alger, Oran, Annaba en Constantine waren architectuurlaboratoria wat het symbolische en culturele belang van de openbare maar ook private constructies kan verklaren. Vaak zijn ze een voorbeeld van de nieuwe tendensen uit die tijd. Een uitzondering echter, de Modern Style, de Art Nouveau. Uitzondering die men aan het eind van de XIXe eeuw zonder twijfel kan verklaren door de afstand en de vluchtigheid van de beweging die in België het licht zag. Vanaf 1885-1890 veranderde het stadslandschap in Europa: het eclectisme verdween stilaan ten voordele van de Art Nouveau.


De Art Nouveau evolueerde naar de Art Deco en het modernisme. De wending die men waarneemt in Alger, maar ook in Oran of Annaba was bruusk. Het rijke eclectisme werd plots verlaten voor een architectuur vol uitgepuurde vormen en dit zonder enige tussenstap. De moderniteit zag het licht en drong zich stilaan op.

De beweging drukte wat laat haar stempel op de noordelijk gelegen hellingen van het Middellandse Zeegebied. Enkele architecten konden het niet nalaten om in Algerije één of ander 'Art Nouveau' element in hun gebouw in te voeren, los van elk concept. De modernisten van het Europese continent putten hun inspiratie in de eenvoud, in de traditionele vormen van de Sahara-architectuur. Le Corbusier stak zijn bevlieging voor de vormen uit de M'Zab-architectuur niet onder stoelen of banken. Zoals in de architectuur met arabo-musulmaanse inslag zien we nu plots traditionele rurale architectuurvormen in de nieuwe modernistische architectuur opduiken. Deze moderniteit, het gaat over de 50 jaren waarover sprake in dit werk, bereikte haar hoogtepunt in de werken van Niemeyer in Alger, van Philippon in Annaba en van Gachet in Oran.


Voor elke stad vindt u een cartografie met legende en een verwijzing naar de geïllustreerde tekst per gebouw wat het begrijpen vergemakkelijkt. Een historische inleiding plaatst elke stad in haar context en leidt de lezer naar de periode die hem aanbelangt. Bovendien maken enkele bijlagen over de loopbaan van de belangrijkste vernoemde architecten duidelijk dat het tijd was om dit werk te maken want de archieven zijn dikwijls heel moeilijk terug te vinden en enkelen zijn zelfs helemaal aan het verdwijnen, ook vandaag nog, ondanks het besef van hun culturele en historische belang. De in dit werk uitverkozen gebouwen werden onder de vorm van wandelingen gebundeld. Nochtans kan de bezoeker zelf een parcours uitstippelen aan de hand van kaarten, foto's en teksten.
Alger heeft meer nog dan Oran een sterk verkapt landschap wat de charme uitmaakt van de stad, maar ook moeilijkheden rond stadssamenstelling veroorzaakt. De gekozen voorbeelden tonen aan hoe rijk de verbeelding van de architecten wel was. Ze slaagden erin om hun gebouwen in dergelijke geografie in te passen : door van de niveaukrommingen gebruik te maken ofwel door ze meester te worden. Oran en Alger kenden een belangrijke stadsgroei vanaf de jaren 30 doordat de walmuren niet meer tot het beschermd erfgoed behoorden en door de bevrijding van de oude versterkingsservituten. De architecten van Oran, meer dan die van Alger, gaan vooraal aandacht besteden aan de details en de pure lijnen en minder aan volumes. Anders dan in Alger zal de stad tot in 1975 geen grote postkoloniale werken bezitten. Maar dit wil niet zeggen dat de kwaliteit van de deze stadsgebouwen minderwaardig zou zijn.

Hier stopt de studie, de daarop volgende stromingen zijn te recent om er nu reeds een oordeel over te kunnen vellen. Wellicht nemen andere architectuurgidsen later de draad weer op.

- 2005
- aantal pagina's :
- afmetingen:
- ISBN