Op 18 december 1957 opende Delhaize
'De Leeuw' aan het Flageyplein in Elsene de eerste zelfbedieningssupermarkt in
België. Dit gebeuren maakte deel uit van een bredere beweging die in de loop
van de jaren 1950 in Europa (Groot-Brittannië, Zwitserland, Nederland, Frankrijk,
Italië) werd ingezet en die leidde tot de bouw van een aantal supermarkten.
Het basismodel kwam tot stand in de Verenigde Staten van de jaren 1930, aan het
begin van de grote economische crisis.
Rond het midden van de jaren 1970 werd
het concept van het grootwarenhuis in Europa, en vooral in België, opnieuw
in vraag gesteld. Een wet beperkte het aantal grote winkeloppervlaktes. Men ging
dus op zoek naar alternatieven. De grootwarenhuizen spitsen zich vandaag toe op
de ecologische normen, energiebesparingen en duurzame ontwikkelingen.
Een halve
eeuw later is de supermarkt een vertrouwd fenomeen geworden in onze hedendaagse
samenleving. Het heeft niemand onverschillig gelaten: voor de enen belichaamt
de supermarkt de positieve waarden van de vooruitgang, voor de anderen is ze het
symbool van de uniformisering van de zeden en gewoonten en van het westerse materialisme.
De supermarkt wekte ook de belangstelling van kunstenaars, sociologen, urbanisten
en hedendaagse Europese architecten. Belangrijke figuren als Nicholas Grimshaw
en Dominique Perrault kregen prestigieuze opdrachten in Londen en Oostenrijk toegewezen
en jonge talenten zetten zich aan projecten die vijftig jaar geleden ondenkbaar
waren.
De tentoonstelling is ludiek en zit vol verrassingen. Maquettes, documenten,
originele voorwerpen, foto's, oude filmen en plannen schetsen de evolutie van
het grootwarenhuis.
Deze tentoonstelling is een coproductie van het CIVA
en de Groep Delhaize in het kader van europalia.europa